 |
 De baas? Een hond heeft een baas
Maatschappij | Persoonlijk
|
19 Januari 2012 | 22:54:57
 |
Ik had gisteren het genoegen aanwezig te mogen zijn bij een meeting van Brederijn Van Spaendonck. Een last-minute op uitnodiging, maar wel, zo bleek, een zeer waardevolle. In eerste instantie met bonzend hart natuurlijk, om zo als broekie van de eerste orde binnen te komen wandelen. Gelukkig voor mij werd deze spanning al snel weggenomen door de gastvrijheid van deze sympathieke en inspirerende mensen.
Het thema was 'veranderingen/verandermanagement in de zorg'; veranderingen die onontkoombaar zijn in tijden van crisis, en het 'nieuwe leiderschap'. Dit leiderschap houdt het vermogen om te binden, inspireren, richten en innoveren via het scheppen van nieuwe betekenissen in, waarmee tevens gezegd wordt dat dit niet alleen voorbehouden is aan managers en bestuurders, maar ook voor vakmensen en professionals. De omslag van geld naar innovatie, van status naar passie en van macht naar oprecht handelen en doen, maar ook van wie de baas is mag het zeggen, naar wie het weet mag het zeggen.
Ik zal niet de enige zijn voor wie dit als muziek in de oren klinkt. Ik zal namelijk ook niet de enige zijn die het misbruiken van een machtspositie door bestuur en management in diverse dienstverbanden van dichtbij heeft meegemaakt. En daarmee vooral hoe het dus niet werkt op deze manier. Ik ben vaak beticht van het hebben van een probleem met autoriteiten en laat ik hierbij benadrukken dat ik het hier volledig mee oneens ben. Iemand die autoritair is, is niet meteen een autoriteit, er is een wezenlijk verschil tussen deze twee. Mijn ervaring is helaas dat personen die de stoelen binnen veel bedrijven bezetten als het managementteam vooral autoritair zijn. Jammer en zonde.
De generatie die, en waarvan ik zelf ook deel uitmaak, nu de arbeidsmarkt betreden als young professionals, vraagt ook om een andere aanpak. Zij zijn niet meer gevoelig voor een management dat de baas speelt, maar het niet is, of voor ego's en traditionele hiërarchie. Zij zijn dienstbaar aan hele andere waarden en idealen dan die van de generaties voor hen en streven een hoger doel na, gestuurd door zingeving en bewustwording. En wanneer het aanbod op de vraag wordt aangepast, kunnen er hele mooie dingen tot stand worden gebracht.
Iets anders wat me in het bijzonder is bijgebleven, gaat over de rol die coaches, docenten of mentors (dus ook ouders) vervullen. Talent is iets dat in potentie aanwezig is, het is de taak van bovenstaande professionals om te sturen en bij te staan in het proces van het ontwikkelen en tot bloei brengen van dit talent.
Ik was als jong volwassene ontzettend lastig; thuis en op school. Ik weigerde me aan regels te houden waar ik het nut niet van inzag of stof te leren waar ik geen toegevoegde waarde aan kon ontlenen en was allergisch voor 'daarom' of 'omdat ik het zeg'. Ik had op de middelbare school een leraar die me vertelde dat het moeilijk zou worden een niveau te vinden dat paste bij mijn stupiditeit. Hij was niet de eerste en zeker ook niet de laatste, die me wilde laten geloven dat ik een no-good was en dat er nooit iets van me terecht zou komen. Ik heb uiteindelijk hun ongelijk bewezen, maar wat eeuwig zonde blijft is dat ze geen van allen hebben gezien dat ik niet dom was, enkel kritisch. Hadden zij dit wel gezien en op dit gegeven ingespeeld, dan was ik er zelf misschien tien jaar eerder achter gekomen dat ik 'ook iets kon'.
Dagelijks, zowel privé als op werkgebied, heb ik bijzondere kinderen om mij heen. Het is mijn taak, als ouder en als semi-professional, om in al die kinderen, hoe lastig en tegendraads dan ook, dat talent te ontdekken en hen bij te staan in hun individuele proces. Want ik weet hoe ontzettend belangrijk dat is.
En daarmee maak ik op micro-niveau al een verandering. Want ik zou één van hen over een jaar of vijftien zomaar weer tegenover me kunnen hebben, wellicht als ik één van die stoelen bezet. En dan wil ik graag opnieuw een toegevoegde waarde leveren.
|
|
|
 |
 |
 Slap
Relaties | Persoonlijk
|
12 Januari 2012 | 16:31:05
 |
Ik was laatst op een verjaardagsfeestje van een vriendin. Ik zal geen namen noemen, ik zal echter ook niet mijn best gaan doen om het 'heel erg algemeen' te houden. Als ze dit leest, dan weet ze namelijk zelf ook wel dat het precies zo is als ik het hier schrijf, daarnaast zal ze weten dat ik nog steeds erg gek op haar ben, juist omdat we zo verschillen.
Verjaardagsfeestjes bij de mensen thuis, waar ik overigens niet zo heel erg fan van ben, verlopen altijd hetzelfde. Wanneer je om 8 uur binnenkomt, zitten daar (schoon)vaders en (schoon)moeders, stelletjes met kinderen, collega's eventueel en zo'n type ome Piet met een biertje teveel op, die de ene flauwe mop na de andere tapt en daar zelf (te) hard om moet lachen.
Vreselijk om zo'n woonkamer binnen te stappen, vol met mensen die je niet kent en in de wetenschap de komende 2 uur alleen maar over koetjes en kalfjes te moeten ouwehoeren. Een tip van mijn kant: wanneer je die woonkamer binnenkomt, roep dan altijd snel: "iedereen gefeliciteerd!", anders zou het wel eens kunnen dat je, al struikelend over benen en kruipende kinderen, iedereen langs moet om te zoenen. Waarom dat gebeuren nog steeds niet afgeschaft is, is mij een raadsel.
De directe familie vertrekt meestal rond 9, want die 'laten de jongelui alleen', de stelletjes met kinderen kort daarna wanneer de kinderen vervelend beginnen te worden, ome Piet wordt met zachte hand de deur uit gewerkt en wat dan overblijft rond een uur of 11, is de harde kern: vrienden en goede kennissen die geen reden hebben om naar huis te gaan of een goedbetaalde oppas thuis op de bank hebben zitten.
Dit verjaardagsfeestje was hierop geen uitzondering. Rond de klok van 11 zaten we nog met 6 mensen in de huiskamer; directe vrienden en goede kennissen, een gezelschap van gasten en wijven, zoals Mike Boddé het zo mooi kan verwoorden in De Rotterdammert; het slag mensen van 'niet lullen maar poetsen'. (Voor de beeldvorming adviseer ik ook vooral dit filmpje even de bekijken op YouTube.)
Links naast mij zat iemand die ik herkende van een aantal jaar geleden, toen hij nog tot 'de familie' behoorde. Een meningsverschil bracht daar verandering in en vervolgens verdween hij een paar jaar uit beeld. Had iets te maken met een loods, een kniptang en vingers, or so I've heard. Ik schoof stiekem wat verder opzij. Daarnaast zat zijn kersverse vriendin, die zo te zien al een paar keer door het leven in haar gezicht was geslagen. De conversatie tussen die twee bewoog zich in luttele seconden van het ene uiterste ("Ik hou toch alleen maar van jou") naar het andere uiterste ("Ik maak je dood, hoer"). Tegenover me zat een goedlachse spraakwaterval. Deze mooie eigenschap wordt altijd versterkt als ze 'een wijntje teveel' op heeft, want daar kan ze naar eigen zeggen niet zo goed tegen. Ik zou het eerder logisch vinden als ze onderhand immuun zou zijn geworden, want elke keer dat ik haar zie heeft ze een wijntje teveel op. Er zat nog een meisje die haar ontzettend haar best deed om zich overal buiten te houden, maar daar elke keer jammerlijk in faalde. En daarnaast zat, tenslotte, de gastvrouw.
En toen begonnen we aan de sterke verhalen. Of beter gezegd zij. Want ik heb nooit de plukken haar uit iemands hoofd getrokken omdat ze me verkeerd aankeek. Ik heb mijn bovenbuurvrouw nooit stijf gescholden omdat haar kop me niet aanstond. Ik heb nooit midden in de nacht met 160 km/u door de stad gescheurd omdat mijn vriendin met een hamer werd bedreigd door haar ex-vriend. Ik heb nooit een straatverbod hoeven aan te vragen. Ik ben niet heel close met mensen die hun laatste functionerende hersencellen naar hun grootje snuiven en slikken en vervolgens denken dat ze God zijn. Ik heb die mensen dus ook niet midden in de nacht aan de deur staan met een bebloede kop omdat ze dachten dat die kop harder was dan een fles. Ik ben nooit door vier man uit een uitgaansgelegenheid gezet omdat ik me niet kon gedragen. Kortom, ik leid eigenlijk helemaal niet zo'n heel boeiend leven.
Je zou denken dat deze dames wel hun mannetje staan en zich niet laten koeioneren. Meiden die gehard zijn, weten dat voor niets de zon opgaat, zelfstandig zijn en niemand nodig hebben. Het omgekeerde is helaas waar. Want als de sterke verhalen op zijn, komt de waarheid op tafel. Dan hoor je dat de één een uitzichtloze relatie heeft met een man die in de bajes zit en nog wel tegen wat tijd aan zit te kijken. Bezoekuur deelt ze met zijn ex-vrouw en dochter. Hoogtepunten zijn het Bijzonder Verlof, wanneer ze met elkaar van bil mogen, maar waar ze altijd depressief vandaan komt. "Hij zag niet eens dat ik was afgevallen." De ander heeft nu een man die op alle fronten voldoet aan het profiel van een psychopaat, die op elk moment kan 'knappen' en dan tot de meest vreselijke dingen in staat is. "Maar ja, hij gaat niet vreemd en hij slaat me niet. In wezen is hij best een goeie man." De laatste heeft al jarenlang ellende met een agressieve en onhandelbare ex-man, waarvan het humeur omslaat als een blad aan de boom. Uit elkaar gaan was waarschijnlijk de beste beslissing ooit, de keus om samen een kind te krijgen niet. Het feit dat hij geen enkele afspraak nakomt, geen verantwoordelijkheid neemt tegenover het kind, dagen en nachten wegblijft om daarna voor de deur te staan om een bed en een maaltijd te eisen, al die dingen schijnen niet echt uit te maken, want "vooralsnog heb ik gisteren nog voor €800 kleren gehaald".
Het is onvoorstelbaar wat deze vrouwen zich laten welgevallen en aan welke eisen ze zonder vragen te stellen aan voldoen. En voor wat? Liefde krijgen ze er niet voor terug, evenmin als waardering of respect. In veel gevallen lijkt het te gaan om een geldkwestie, waarin geld de leegte opvult en geld een hoop goed maakt, als het maar genoeg is. In andere gevallen is er geen geld dat kan rollen en dat maakt zo'n situatie zo mogelijk nog dubieuzer, want wanneer je er ècht niets voor terug krijgt, waarom zou je je dan zo laten vernederen en gebruiken? Heb je dan zo weinig eigenwaarde, zo weinig trots? Of is dit een typisch geval van de vrouw die denkt dat zij die foute man wel even op het rechte pad krijgt? Als ik hem maar alles geef wat hij wil, dan blijft hij wel bij me. Als we samen een kind krijgen, dan verandert hij wel. Maar uiteindelijk verandert er helemaal niets. Want mensen veranderen niet wezenlijk, nooit. En waarschijnlijk zeker niet voor een vrouw die zich zo makkelijk laat gebruiken, manipuleren en omkopen. Want feitelijk ben je dan alleen maar handig.
Dit is ook wat ik mijn vriendin eerder al zei. "Dan ben jij waarschijnlijk een sterker persoon dan wij. Ik kan me er allang niet meer druk over maken, dat heeft nog nooit iets veranderd", was haar antwoord. Maar ook daar geloof ik niet in. Iedereen krijgt dezelfde kaarten, het is maar hoe je ze schudt. Het gaat om welke keuzes je maakt, elke dag weer. Niet alleen de keuze met wie je je leven wilt delen, maar ook alle keuzes die je maakt met betrekking op je leven richting geven. Denk je dat ik het leuk vind om tot twee uur 's nachts achter de laptop te zitten om een schoolopdracht af te maken, terwijl er twee kinderen om half 7 hun ogen weer open doen en er weer een hele lange dag van voren af aan begint? Denk je dat ik het leuk vind om thuis 'wissel van de wacht' te spelen met mijn man met als gevolg dat ik hem praktisch nooit zie? Ik kan me de laatste keer dat wij iets samen hebben gedaan niet herinneren, laat staan dat ik nog weet wanneer ik voor de laatste keer iets voor mezelf heb gedaan. Denk je dat ik het leuk vind om bepaalde dingen niet te kunnen kopen, omdat het geld er op dat moment niet is? Denk je dat ik het leuk vind om altijd moe te zijn?
Nee, die dingen zijn allemaal niet leuk, maar ik weet dat ze slechts een tijdelijk gevolg zijn van de keuzes die ik heb gemaakt. De keuze om iets te maken van mijn leven, iets te doen, iets te worden. Ik heb de keuze gemaakt om niet iedere week dure schoenen te kunnen kopen, maar ik hoef er ook geen klappen voor te trotseren. Ik heb de keuze gemaakt om soms een stukje maand over te houden aan het einde van ons geld, maar ik hoef me in ieder geval geen zorgen te maken over de bron van inkomsten. Ik heb de keuze gemaakt om niet elk weekend te kunnen gaan stappen, maar ik eindig gelukkig ook niet met mijn neus vol op de Eerste Hulp.
Het ergste vind ik, dat het bij deze vrouwen (en mannen) geen kwestie is van het niet kunnen of het niet weten. Ze weten allemaal precies waar de schoen wringt, welke verkeerde afslag ze hebben genomen. Ze zien en weten hoe het anders kan en ze kunnen het ook veranderen. Iedere dag opnieuw. Ze willen het alleen niet. Ze wentelen zich liever in de ellende, kruipen in die slachtofferrol en nemen genoegen met wat er dan ook tegenover staat, dan dat ze voor zichzelf kiezen. En op dat punt maak ik de keuze om dat simpelweg niet te begrijpen.
|
|
|
 |
 Werkende moeder vs thuisblijfmoeder
Maatschappij | Persoonlijk
|
14 December 2011 | 23:03:12
 |
Opschudding alom na de uitspraak van minister Bijsterveld over dat ouders meer tijd aan hun kinderen moesten besteden, meer betrokken bij hun kinderen en diens onderwijs moesten zijn en daarvoor desnoods minder moesten gaan werken.
Ook bij mij ging een flink aantal haren recht omhoog staan. Wie is deze vrouw om ouders zo over één kam te scheren en zich te bemoeien met hoe en wanneer wij onze kinderen opvoeden? Om te suggereren dat wij alleen betrokken kunnen zijn en het opvoeden alleen goed doen wanneer wij minder werken en meer thuis zijn? Wekelijks zie ik ouders die beiden fulltime thuis zijn en minder dan het minimale aan de opvoeding bijdragen. Anderzijds ken ik genoeg ouders die beiden werken en weliswaar minder thuis zijn, maar er wel in slagen hun kinderen op te voeden tot burgers waar de maatschappij trots op kan zijn. Want sinds wanneer heeft goed opvoeden en betrokken zijn iets te maken met of je een betaald werkende moeder of een thuisblijfmoeder bent?
En ja, ik heb het nu bewust over de moeders. Want ik durf met zekerheid te zeggen dat meer moeders dan vaders zich aangesproken hebben gevoeld door deze typische kort-door-de-bocht rommel van het CDA. Laten we eerlijk zijn: ondanks dat de 'pappadag' een inmiddels vrij ingeburgerd principe is, is het in de meeste gevallen nog steeds zo dat de moeder zorgt voor kinderen en huishouden, al dan niet naast een betaalde baan. Hoe leuk en verantwoord ook, zo'n pappadag, de rest van de week zwoegt moeder zich door de dagen heen als een octopus die aan acht armen bij lange na niet genoeg heeft. Daarbij wordt er vol lof gereageerd op zo'n pappadag, want zó goed van die vaders, dat bonden met hun kind. Romantische beelden van bakfietsvaders die ingewikkelde Duplo-constructies bouwen met zoonlief, enzovoorts. Meldt een vader op kantoor dat hij een vergadering eerder moet verlaten omdat hij zijn kinderen moet ophalen van het kinderasiel, dan is hij een betrokken vader. In het geval van de moeder zijn de 'heb je haar weer met die kinderen' niet van de lucht. Om maar niet te spreken van het aantal aanstaande moeders die bij het aflopen van een tijdelijk contract met zachte dwang het bedrijf uit worden gewerkt, want 'daar heb je straks toch niks meer aan'.
Het is een feit dat er van buitenaf een zware druk op moeders wordt uitgeoefend. Je moet het allemaal maar doen: op school meehelpen als gym-/crea-/voorleesmoeder, een betekenisvolle baan hebben en jezelf ontplooien, er een leuk sociaal leven op na houden, je huishouden op orde hebben, je kinderen in het gareel houden, de leukste kinderpartijtjes organiseren en van hot naar her rijden voor playdates en sportclubjes en er het liefst na dit alles niet al te uitgescheten uitzien, terwijl je je wel zo voelt. Moesten vrouwen een jaar geleden nog met zijn allen aan de top omdat dat goed zou zijn voor de economie en het bedrijfsleven, nu moeten we kennelijk met zijn allen weer thuis op de bank met thee en een koektrommel, want anders doen we onze kinderen tekort. Feitelijk doen we het nooit goed, want stoppen we met werken voor de kinderen dan is dat zonde van onze opleiding, gaan we werken dan is dat zielig voor de kinderen.
Mijn eigen gezinssituatie als voorbeeld nemend, weet ik dat met een meer dan fulltime werkende zelfstandige als partner, twee jonge kinderen waarvan er één op het basisonderwijs, een huishouden, een studie en een stage zo'n week een ren-je-rot-race is waarbij er standaard te weinig uren in een dag zitten. En nee, ik ben geen hulpmoeder op school. Ik zou simpelweg niet weten waar ik de tijd vandaan moet halen. En ja, ik ben drie dagen per week niet aanwezig op het thuisfront. Ik heb de luxe gehad dat ik het eerste jaar met beide kinderen thuis heb kunnen blijven en ik had dat voor geen goud willen missen. Ik ben me er ook terdege van bewust -en dit wil ik even goed benadrukken- dat er moeders zijn die in deze tijden van crisis niet eens kunnen veroorloven om thuis te blijven. Maar het hebben van kinderen sluit niet tegelijk al het andere uit. Ik heb het, net als zoveel andere moeders, ook nódig om te werken en te leren, mezelf te ontplooien. En ik weet zeker dat mijn kinderen niets tekort komen, sterker nog, ik denk dat ze er alleen maar beter van worden. Ik leer ze dat door hard werken alles mogelijk is en je nooit te oud bent om te leren. Bovendien maakt het werken mij gelukkig en ook daar worden zij alleen maar beter van. Is het niet een idee om ouders en kinderen te vragen naar wat zij graag willen, in plaats van hen op te leggen wat het beste is?
In plaats van zich te bemoeien met de opvoeding van en de mate van betrokkenheid bij onze kinderen vanuit de christelijke betutteling van het CDA, zou minister Bijsterveld zich beter kunnen gaan verdiepen in de mogelijkheden voor ons hardwerkende moeders. Bovenaan mijn lijstje staan bijvoorbeeld betaalbare opvang en flexibele werktijden. Misschien kan ze zich even over dat lijstje buigen, de eerstvolgende keer dat haar betaalde oppas haar plaats inneemt als voorleesmoeder op de basisschool van haar eigen kind.
|
|
|
 |
 Gezocht: probleem
Gezondheid/Psyche | Persoonlijk
|
04 Oktober 2011 | 22:32:07
 |
Mijn sterrenbeeld is Schorpioen, en Schorpioenen zijn naast onder andere uiterst charmante, nimmer oppervlakkige, energierijke, diepgevoelige en intuïtieve wezens ook geboren psychologen. De keerzijde hiervan is dat wij op dit vlak nogal eens een blinde vlek voor onszelf ontwikkelen. Ik weet dat mijn kwaliteiten liggen in het uiteenrafelen van problemen, verbanden leggen en het zoeken van een dieper- of achterliggende oorzaak. Maar in mijn enthousiasme zie ik misschien soms wat elementaire zaken over het hoofd. Ik heb dan ook gemerkt dat het nuttig kan zijn om eens naar binnen te kijken of mijn beeld klopt met de realiteit, of dat mijn beeld berust op hoe ik de dingen graag wil zien.
Vandaag kwam de 'IJsberg van Freud' voorbij. Deze ijsberg die symbool staat voor de menselijke geest, moet men als volgt zien: het zichtbare deel van de ijsberg is het bewuste deel. Dit deel bevat datgene dat we weten en we ons kunnen herinneren en de denkprocessen waardoor we functioneren. Het onbewuste deel bevat alles dat we ooit geleerd of ondervonden hebben maar wat we 'vergeten'
zijn. Een deel van dat materiaal is echt vergeten,
maar een groot deel van het onbewuste is alleen maar verdrongen omdat
het vervelend zou zijn om er bewust aan herinnerd te worden. Zolang mensen normaal kunnen functioneren en geen hinder ondervinden van hetgeen zich in hun onderbewuste bevindt (welk een ellende dit ook mag zijn), wordt er geadviseerd dit vooral te laten voor wat het is. Wanneer we zouden gaan prikken en peuteren om het er toch uit te krijgen, doet dit eerder meer kwaad dan goed.
Meteen dacht ik aan mijn eigen lieve wederhelft, die vaak, vrijwillig en onvrijwillig, fungeert als proefkonijn voor mijn theorieën. Net als iedereen draagt ook hij bagage met zich mee. Bij de meesten van ons is deze bagage, die bestaat uit minder leuke ervaringen uit het verleden, voor een deel bewust, voor een deel onbewust. Wanneer er plotseling een gedeelte naar het onbewuste wordt verhuisd, kan dit voortkomen uit het ontwikkelen van een copingsmechanisme. Dit zorgt ervoot dat overleven mogelijk wordt gemaakt door het verdringen van dingen die een te heftige impact op het functioneren hebben.
Het verschuiven van deze bagage is bij hem op een wel wonderlijke manier gebeurd: op zijn 16e reed hij met een scooter tegen een boom, lag hierdoor korte tijd in coma en toen hij wakker werd was het overgrote deel van de herinneringen uit zijn kindertijd verdwenen. Het is typisch dat zijn brein ervoor koos juist dat gedeelte van de tijdslijn te elimineren dat hij als minder prettig had ervaren en dat de rest onbeschadigd overeind bleef. Of dit gewoon een toevallig gevolg van de klap tegen zijn hoofd is geweest of dat het coma eigenlijk een welkome gast is geweest en hierdoor een bepaald copingsmechanisme is ontstaan, zullen we nooit weten. Hij kan prima functioneren en heeft als motto 'wat niet weet, wat niet deert'. Ik hoorde uit betrouwbare bron natuurlijk wel eens verhalen van vroeger en aan de hand van deze verhalen kon ik bepaalde handelingen of gedragingen die ik kende beter verklaren. En ik ben er wel eentje van het prikken en peuteren. En na een heleboel prikken en peuteren bleek er toch nog heel wat uit te komen. Ik vond dan dat dat góed was, dat wat er zit er toch ooit uitkomt en dat dat toch een plek moet krijgen. Maar misschien maak ik daar een grote fout, waar we allemaal voor moeten waken, maar wij toekomstige hulpverleners des te meer. Want dat is hoe ík het zie en hoe het voor míj werkt. We maken hier ons werk van omdat we 'goed zijn in problemen' en graag helpen, maar we moeten in onze drang om te helpen geen problemen gaan zoeken als ze er in werkelijkheid niet zijn. Of als deze 'problemen' ons niet in de weg zitten en ze de juiste plek allang hebben gevonden.
Het is een feit dat veel hulpverleners lijden aan het 'helperssyndroom', ook wel het Syndroom van Nightingale. Dit gevaar ligt op de loer wanneer je doorslaat in het willen helpen: je blijft geven en ontvangt er niets voor terug. Onderzocht is dat belangeloos geven (voorwerpen, geld, maar ook tijd, aandacht en waardering) zorgt voor een gelukzalig gevoel. Maar het geven en ontvangen moet in zekere zin wel gelijk opgaan, anders raakt je energieniveau uit evenwicht en raak je uitgeput. Bovenstaande in acht genomen en wetende dat dit één van mijn valkuilen is, is het goed om te weten dat geven en helpen dus goed is, maar wanneer je alleen geeft en te weinig ontvangt, werkt het uiteindelijk contraproductief. En dat is wat er gebeurt als we problemen gaan zoeken om maar te kunnen helpen.
Maar ook als we mensen proberen te helpen die niet geholpen willen worden, of daar niet aan toe zijn. Het is een uitputtende race, zonder finish en zonder gewin. Misschien komt het omdat veel hulpverleners graag 'grootse dingen' met hun cliënten willen bewerkstelligen. Maar zo'n verwachtingspatroon is niet realistisch, zeker niet als we daarmee nog meer overhoop halen dan nodig is. Terwijl realistisch blijven toch wel het credo binnen deze sector is.
"Grote dingen bestaan niet, maar wel kleine dingen met een grote liefde" (Moeder Theresa).
|
|
|
 |
 Hè bah ome Willem!
Bizar | Zin & Onzin
|
14 September 2011 | 22:19:48
 |
Poep. Laten we het daar vandaag eens over hebben.
We worden er tenslotte elke dag mee geconfronteerd (sommige personen in het bijzonder vaker per dag dan haar lief is, met dank aan een baby die tanden kweekt als een malle). Iedereen moet het, iedereen doet het. Aan de hand van de kleur, hoeveelheid en consistentie kan men zelfs zien of de inwendige mens gezond is, of juist niet (geïnteresseerden kunnen zich inlezen op Wikipedia, met als zoekterm ontlasting). Een toiletpot met plateau is in dezen dus aan te raden, al was het alleen maar omdat de vallende drol, bij een toiletpot zonder plateau, zich op het moment van tenonder gaan nog altijd even wreekt op de billen van de voormalig gastheer of -vrouw.
De één doet het het liefst 's ochtends, de ander 's avonds. De één neemt er de tijd voor met een krantje, de ander wil de klus zo snel mogelijk geklaard hebben. Bij de één loopt het als een trein, bij de ander kost het enige moeite. Wat je voorkeuren dan ook zijn, je ontkomt er niet aan. Niks vreemds aan, zou je denken.
Echter, sommige personen houden er op zijn zachtst gezegd nogal exhibitionistische voorkeuren op na. Ik heb zo ooit een collega gehad die ermee vingerverfde. Op de bril, op de muren en op de deur. Het zorgde voor een hele heisa binnen het bedrijf en hilariteit alom natuurlijk, maar de dader is nooit gepakt. Je vraagt je natuurlijk in de eerste plaats af waarom iemand graag zijn eigen drol uit de pot vist om er met zijn blote handen een kunstwerk mee te maken op de muren van het kleine kamertje. In de tweede plaats zou je zeggen dat het hier om hele uitzonderlijke gevallen gaat. Mensen die gewoon niet helemaal lekker zijn en daar heb je er ook veel van, maar deze houden dan van poep in het bijzonder. Maar als je zoiets voor de tweede keer in relatief korte tijd meemaakt, ja, dan ga je je toch wel dingen afvragen.
Gisteren postte ik namelijk in mijn status-update op Facebook verontwaardigd over de grondig vervuilde wc's op school. Bergen (gebruikt?) papier op de grond, met remsporen bevuilde of in het geheel niet doorgespoelde wc's, haren op de bril, gebruikte maandverbandjes in de hoek en meer goors van die categorie. Later op de dag reageerde mijn klasgenootje op mijn status-update, en wel met het verhaal dat ze als maatschappelijk betrokken burger het wc-papier op de grond wilde opruimen en toen plots oog in oog stond met jawel, een menselijke drol. Zo, klets, op de toiletvloer. Voor uw beeldvorming: in deze kleine wc's kun je je kont nauwelijks keren, dus het vergt grote precisie om de uitwerpselen níet in de pot te laten belanden. Deze persoon moet gedacht hebben: ik keer mijn kont vandaag eens helemaal niet! Hupsakee! Of iets in die trant natuurlijk, want ik vind het moeilijk me te verplaatsen in de gedachtegang van een grondkakker.
Iemand zoals ik, met een voorliefde voor menselijk afwijkend gedrag en de samenhang van dit afwijkende gedrag met psychologische errors, gaat zich natuurlijk afvragen waarom mensen zulke vreemde dingen doen met iets wat wij allen als vies beschouwen en zo snel mogelijk door het gat van de porseleinen express zien verdwijnen. Ik weet dat jonge kinderen vaak met poep spelen en dat dit heel normaal is. Ik weet ook dat het obsessief met de eigen poep spelen als het kind wat ouder is en dus eigenlijk zou moeten weten dat spelen of smeren met poep 'not done' is, kan samenhangen met psychische stoornissen, zoals autisme, ernstige hechtingstoornis of een verstandelijke handicap. Wat ik overigens óók te weten ben gekomen tijdens mijn zoektocht, is dat sommige mensen poep erg opwindend vinden en het op elkaar poepen zien als een extra toevoeging aan hun seksleven. Als u nog niet gestopt ben met lezen, wil ik er graag nog een schepje bovenop doen: het eten van poep heet coprogafie en wordt in verband gebracht met coprolagnie; seks waarin de ontlasting een centrale rol speelt. Ik heb op het hele wereld wijde web niets kunnen vinden over volwassenen die creatief zijn met hun eigen poep. Teleurstellend, want ik had nog wel zo gehoopt op een poepforum waarin men de laatste nieuwtjes uitwisselt omtrent dit onderwerp. Helaas geen (poep)scoop op deze blog vandaag dus.
Maar misschien is het antwoord simpel. Ik had namelijk, zelfs niet in de meest donkere, gestoorde hoeken van mijn verdorven brein, kunnen bedenken dat er werkelijk mensen bestaan die opgewonden worden van poepseks. Maar het bestaat dus wel degelijk. Er zijn ook mensen die ervan houden om de liefde te bedrijven op uitzonderlijke plaatsen, en dan het liefst op plaatsen dat de kans op gezien of betrapt worden bestaat. En elke volgende keer dat zo'n stel dan weer samen met acht vreemden in diezelfde lift staat waarvan zij twee dagen eerder de wanden hebben opgewreven, lachen ze inwendig om hun kleine geheimpje. Misschien is dit wel precies hetzelfde. Misschien verkneukeld de stiekeme kakker zich wel enorm wanneer iedereen in complete consternatie verkeerd bij zo'n extreme vondst op het toilet. In de wetenschap dat alleen hij of zij weet wie daarvoor verantwoordelijk is. En misschien heb ik het hiermee wel helemaal bij het verkeerde eind. Maar zoals gezegd dames en heren, dit te kunnen begrijpen gaat ver buiten de grenzen van mijn fantasie. Ik heb niet zo veel met poep. Ik zeg gewoon: "hè bah, ome Willem!"
|
|
|
 |
 Full circle
Persoonlijk | Persoonlijk
|
24 Augustus 2011 | 23:09:32
 |
Ik ben er eentje van het soort die vol gas alle hoge toppen en dalen op en in gaat. Mijn toppen zijn dan ook vaak skyhigh en mijn dalen soms bodemloos. Er zijn dingen die ik me zo erg raken, positief of negatief, dat het lijkt of het me omhuld, als een te ruim zittende jas. Wanneer het iets goeds is, voelt het als je wentelen in een warm bad met veel schuim. Wanneer het slecht is, voelt het als een zwarte inktvlek die zich vanuit je binnenste verspreidt naar elk zenuwpunt in je lichaam.
Mijn tienertijd was vrijwel aaneengesloten zo'n inktvlek. Het overheersende gevoel in al mijn herinneringen aan die tijd is een totale eenzaamheid en verlorenheid. Of het een kwestie was van slechte keuzes, gebrek aan inzicht, rebellie of simpelweg karakter, ik zou er nog steeds geen antwoord op kunnen geven. Uiteindelijk blijkt het antwoord of de oorzaak ook niet belangrijk te zijn, alles wat erna kwam des te meer.
Tien jaar nadat de grootste strijd gestreden was kan ik terugkijken en besef ik me dat de stappen die ik de afgelopen jaren heb doorlopen gelijkenis vertonen met een rouwproces. In dit geval ging er niemand dood, maar ik heb altijd het gevoel gehad te rouwen om het verlies van iets dierbaars, zijnde mijn jeugd, die ik me zo anders had voorgesteld. Er worden vijf stappen van rouwverwerking beschreven. De eerste is ontkenning. Natuurlijk wist ik dat er iets niet helemaal goed was gegaan, maar opstaan, doorgaan en er vooral niet over praten was het credo. De tweede is protest en boosheid. Waarom ik en niet iemand anders? Waar heb ik dit aan verdiend? Ook de schuldvraag stond bovenaan mijn lijstje. Want als mijn ouders het allemaal zo anders hadden gedaan, dan was dit niet gebeurd. Wie ze waren, wat ze deden en zeiden, alles was de oorzaak van mijn ellende. De derde stap is onderhandelen en terugvechten. Deze fase heeft in mijn geval jaren geduurd en uitte zich in mijn ouders keer op keer vertellen wat ze verkeerd deden of hadden gedaan. Ik wilde mijn punt maken, duidelijk maken wat ze me hadden aangedaan, ik wilde excuses. Daarnaast zat ik 7 dagen in de week in de kroeg of stond ik in de discotheek, in een poging al het verlorene in te halen. De vierde stap is verdriet en depressie. En verdriet was er. Over al die dingen die ik niet had gedaan of meegemaakt, alle hoogslaande ruzies en het gevoel geen veilige haven te hebben, over elke keer dat ik links ging wanneer ik beter rechts had kunnen gaan. Verdriet over het gevoel dat het hele gevecht zo nutteloos bleek te zijn geweest en me nergens had gebracht. Verloren jaren, zo jammer, zo zonde.
De laatste stap tenslotte is die van aanvaarding. Ik kan naar waarheid zeggen dat ik nog niet zo heel lang geleden de laatste fase lijk te hebben voltooid. Ik heb het afgelopen jaar veel geleerd, maar er is één ding in het bijzonder wat me bij is gebleven en dat is dat je soms je geluk boven je gelijk moet kiezen. Ik heb simpelweg geen zin meer om het gevecht aan te gaan van wie wat wanneer verkeerd heeft gedaan. De fouten, als het al fouten waren, zijn gemaakt uit liefde en ik ben ervan overtuigd dat ik in het ouderschap ook nog veel fouten ga maken.
Het wil niet zeggen dat het verdwenen is en ik denk ook niet dat dat ooit gaat gebeuren. Het kan soms een voorwerp, een liedje, een geur of de aanblik van een groepje zestienjarigen in de stad zijn waardoor ik even terugga in de tijd en ik voor een seconde wordt overspoeld door een golf van gevoelens die zowel gemis als opluchting bevat en alles daar tussenin, als een oud litteken wat opspeelt bij vochtig weer. Maar het is goed zo. Het proces is voltooid, ik ben er dankbaar voor en het mooiste is dat het nu lijkt alsof het met een reden zo is gelopen. Het is een soort bron geworden waaruit ik hoop in de toekomst te kunnen putten.
Nu word ik de laatste tijd bij vlagen overspoeld door jeugdsentiment, alsof er met alle bagage die ik de deur uit heb gedaan weer plek is gekomen voor de mooie herinneringen. Ik heb namelijk een fijne kindertijd gehad en ik ben ervan overtuigd dat mede door die liefdevolle basis ik letterlijk en figuurlijk weer terug kon komen bij het begin. Nu heb ik mijn eigen gezin gesticht, een nieuw begin gecreëerd. Er zal me ongetwijfeld nog heel wat te wachten staan, maar nu ik weet dat negatief positief gekeerd kan worden en elk gevecht het winnen waard is, ben ik er niet bang voor.
Als ik nu bij mijn ouders thuis kom, kom ik ook weer echt thuis, in plaats van op bezoek. En verlang ik soms terug naar de eindeloze zondagochtenden, de feestdagen of de zaterdagmiddagsoep. Dezelfde dingen die ik mijn gezin ga geven. We came full circle.
|
|
|
 |
 Fotologje, Spanje en Sem 1 jaar
Met z'n allen
|
20 Augustus 2011 | 23:46:17
 |
Best een ervaring, voor de eerste keer in zee!
Zo, en nu kunnen wij even rustig zonnen...
Ons kleine waterworteltje
Waterwortel in actie!
Baby-Schumacher
Partners in crime
Veel gehobbel en een zere kont, de trein was een hit
Ellis op haar best...
Spelen in kinderspeelparadijs JOCS
Ik help wel even...
Auto's zijn het mooiste wat er is
Brokkenpilootje
Ja, zelf gemaakt, met een eervolle vermelding voor taartenkoningin Judith
Taartje geen probleem
|
|
|
 |
 Alweer een jaar voorbij...
De kindjes
|
18 Augustus 2011 | 20:48:46
 |
Vroeger, toen je poep nog met een lange oe schreef, boten van hout waren en mannen van staal en ik nog een klein meisje was, leek een mensenleven oneindig. In alles wat ik me herinner van vroeger lijkt de tijd toen veel langzamer te gaan dan nu. Het wachten op mijn verjaardag staat me nog heel helder voor de geest, zó graag wilde ik weer een jaar ouder zijn, maar het leek wel eeuwen te duren. Het wachten op de mijlpalen 16 en 18 jaar was bijna niet te verdragen, maar vanaf 20 ging het opeens heel hard. Alsof de dagen, de weken, de maanden en de jaren opeens veel korter waren dan daarvoor.
En het meest oneerlijke is dat de tijd nog veel sneller lijkt te gaan als je zelf kinderen hebt. Het lijkt wel gisteren dat ik Ellis voor het eerst in mijn armen hield, maar als ik haar zie rennen, fietsen zonder zijwieltjes, hoor kletsen alsof er geen morgen bestaat en haar uitzwaai als ze aan weer een nieuwe schooldag begint, lijkt het ook alweer zo lang geleden. Ik merk dat veel kleine details van haar babytijd vervagen of verloren gaan in mijn herinneringen en dat vind ik niet altijd makkelijk te verteren. Net als het proces van loslaten, enerzijds haar loslaten in de wereld van school, leren en vriendjes maken en anderzijds zelf de controle loslaten.
En dan Sem, voor mijn gevoel is hij er pas net. En toch wordt hij morgen alweer 1 jaar. Zo groot en toch nog zo klein. Precies een jaar geleden over ongeveer 2 uurtjes begon er in mijn gigantische buik wat te trekken wat anders aanvoelde dan alles ervoor. Ik heb die nacht beter geslapen dan in alle weken ervoor, en 's ochtends rond een uurtje of 10 kwamen de krampen weer terug. Mijn moeder kwam, we haalden Ellis nog op van de peuterspeelzaal en om half 1 ging ik op weg naar de verloskundige voor een standaardcontrole. Drie centimeter, bel maar als er schot in komt. Dat deed ik om half 5, toen ik op bed Dr. Phil zat te kijken en bedacht dat het nog wel even kon duren, want zo erg was het nou allemaal ook weer niet. Om tien voor 5 was de verloskundige er en om 10 voor half 6 was ik moeder van een zoon. Just like that. Wat was 'ie klein en nieuw en hulpeloos. Verfrommeld ook, maar wel heel lief en mooi. En wat was het aanpoten die eerste paar weken en wat waren we alweer veel vergeten over hoe dat gaat met baby's. En hoe hard gaat zo'n eerste jaar, wat leren ze veel. Sem kan nu kruipen, (gaan) zitten, staan, langs de tafel lopen en overstappen van de bank naar de tafel. Hij kan wijzen, iets overpakken als ik zeg "andere hand", dingen ergens uithalen maar er ook weer terug indoen, een kruimeltje oppakken, zijn sokken uittrekken en met een vork eten. Hij kan de trap opklimmen, in zijn handjes klappen en zegt 'ete' tegen alles wat hij lekker vindt. Hij breekt ook het hele huis af, is ontzettend sterk, is een kei in drammen en kan geen minuut stilzitten, behalve als hij voor het slapen gaan nog even bij mamma op schoot mag. Want het is een moederskindje in hart en nieren, niks gaat boven zijn eigen moesje. Maar ach, zijn daarin niet alle mannen hetzelfde?
Ik zou soms op bepaalde momenten wel even de tijd stil willen zetten. Gewoon om even van het moment te kunnen genieten en zeker te stellen dat ik niet zoveel vergeet van wat ze deden en hoe ze waren. Dat kleine meisje, verkleed in een prinsessenjurk en een kroontje, die haar handje met gelakte nageltjes stijf dicht klemt omdat er anders een dozijn wriemelende pissebedden uit ontsnappen. Of dat bolle ventje, op zijn knietjes ergens in een hoekje van de kamer in de ban van iets met wielen erop, met die zachte haartjes die zo lekker zoet ruiken. De enige momenten dat ik me enigszins in het land achter de tijd waan is wanneer ik 's avonds nog even bij ze ga kijken. De hele bovenverdieping in rust, Sem op zijn buik in foetushouding, zijn armpjes onder zijn lijfje gefrommeld. Ellis met haar armen wijd en één been uit bed, vaak met de Schat van Vandaag nog in haar hand: een veer, een steen of een schelp. In volle overgave en volledig vertrouwend op het gevoel van veilig zijn slapen, zoals alleen kleine kinderen dat kunnen.
Ik weet wel dat er nog zoveel leuke dingen gaan komen, maar ik ben me er tegelijkertijd ook zo wezenlijk van bewust dat wat is geweest nooit meer terugkomt. Want ik zal waarschijnlijk nooit meer een nieuw leven in mijn buik dragen en de schoppende beentjes van buitenaf kunnen zien, nooit meer een pasgeboren baby in mijn armen houden, nooit meer een eerste voeding geven. Het idee dat ik zwanger zijn eigenlijk helemaal niet zo leuk vond en niet kon wachten tot het voorbij was, doet nu eigenlijk heel vreemd aan. Bijna net zo vreemd als het gevoel een hoofdstuk af te sluiten, terwijl ik me continue afvraag of ik wel ècht genoeg van die periode heb genoten, het wel ècht bewust genoeg heb meegemaakt.
Morgen vieren we Sem zijn eerste verjaardag. Met taart, opa's en oma's; rustig, precies zoals ik het graag heb. Misschien ben ik morgen ook nog wel wat melancholiek en bleu, precies zoals ik vaak ben met dit soort dingen. Maar overmorgen zal ik dan weer vooruit kijken, naar alles wat nog komen gaat. Precies zoals het hoort.
|
|
|
 |
 Resetten
Vakantie | Met z'n allen
|
10 Augustus 2011 | 21:42:19
 |
We zijn weer terug. Na vier fijne weken Spanje, die zeker niet voelden als vier weken, staken we vannacht om 3 uur weer de sleutel in onze eigen voordeur. Tijd om de balans op te maken van onze eerste vakantie met zijn vieren.
* Allereerst bleek het Spaans wel erg ver weg te zijn gezakt ergens op de harde schijf in mijn hoofd. Maar uiteindelijk vond ik toch 1 tot 100 weer terug, kon ik een bestelling plaatsen in het restaurant/café, kon ik vragen hoe laat het was (maar het antwoord niet verstaan) en kon ik de verkoopster in de winkel redelijk volgen. Spaanse kindertelevisie bleek een grote hulp.
* Sem werd in de eerste week geveld door een flink pijnlijke oorontsteking. De Hollandse dokterspost, een antibioticakuur, 12 balonnen en een weekje verder was hij weer de oude.
* Het is ons niet gelukt om samen met de kindjes uit eten te gaan. Sem was een soort alarm: rijden in het wagentje -stil-, stilstaan in het wagentje -krijsen-, rijden in het wagentje -stil-. We hebben dus elke dag zelf gekookt, waarvoor ik nog best wat creativiteit aan de dag moest leggen aangezien ze in de Lidl alleen paprika, tomaat, courgette en snijbonen verkochten en alle andere winkels niet echt aansloten op ons budget (maar wanneer je 3,50 vraagt voor een pak sap vraag ik me af op wiens budget dat wel aansluit).
* De sigaretten in Spanje zijn goedkoper, hoezee! Drank tijdens happyhour ook, maar wat je dan krijgt is werkelijk niet te zuipen.
* Als je schoonmoeder een weekje langskomt is dat best gezellig, maar minder leuk is dat je dan met zijn vieren in één slaapkamer ligt geprakt. Om het uur werd ik wakker van respectievelijk Ellis d'r politieauto met alarm en sirene die per se mee in bed moest, Sem die zijn campingbedje ook op de bruikbaarheid van trampoline wilde testen, het kabaal wat uit Sergio zijn neus kwam en meteen daarna de luide vraag van Ellis of hij daar meteen mee op wilde houden of het feit dat alleen mijn grote teen nog in het twijfelaartje lag en de rest ernaast.
* Onze week begon bewolkt, toen volgde er één dag waarin we totaal verzopen en onderliepen, de rest was zoals het hoort als je in Spanje op vakantie bent: blauwe hemel, dertig graden en een verkoelend briesje.
* Tegen verwachting in ging Sem niet lopen, maar opeens wel praten. Eerst dachten we dat het toeval was, maar uiteindelijk bleek hij duidelijk steeds dezelfde klank te gebruiken voor alles wat hij erg lekker vindt. Chocola, ijs, toetjes, de fles en tomaten noemt hij 'ete'. Als ik hem te eten geef, kijkt hij me na het tweede hapje aan en zegt, 'ekkom', waarmee hij lekker bedoelt. Ook kruipt hij nu op handen en knieën en sleept hij zich niet meer voort als aangeschoten wild. Hij kan een paar stapjes aan de hand en wijst naar alles wat hij mooi vindt of wil hebben.
* Pas in de loop van de tweede week kregen we een ritme te pakken. Om 10 uur 's avonds naar bed, om 9 uur 's ochtends wakker en 's middags een grote slaap. Beide kindjes snappen er nu alleen helaas niets van dat ze nu weer vroeg naar bed moeten.
* Ellis ging in het kleine bad zonder vleugeltjes zwemmen en voelde zich enorm stoer. We deden een poging haar de basis van het zwemmen bij te brengen, maar Ellis blijft Ellis: ik leer alleen iets als ik er zin in heb. Desondanks zwemt ze nu zoals het hoort òf met haar armen, òf met haar benen. Ook dreef ze graag rond in het zwembad in een enorme opblaasband en zat er dan bij als een eersteklas diva: met de beentjes over elkaar en met een zonnebrilletje op.
* In de tweede week kreeg ik ineens ontzettende heimwee naar huis. Naar mijn eigen bed, mijn eigen spullen, mijn eigen nest. Oorzaak was waarschijnlijk het slechte slapen in het bed wat duidelijk niet voor mij gemaakt was. Uitkomst waren pillen die in Spanje zonder recept te verkrijgen zijn. Welterusten. Na een paar uitgeslapen nachten was de heimwee ook weg.
* We speelde 67 potjes Yathzee, aten 16 bakjes Aïoli leeg, verwonderden ons over de vreemde substantie die ze daar gehakt noemen, probeerden 12 verschillende smaken ijs uit en liepen 37 keer het winkelstraatje op en neer. Serg kocht 17 blikjes sardine, ik 8 Spaanse stinkworsten en we dronken 5 halve liters Sangria. Serg dronk de fles rum leeg die hij vond in de kast en gaf daarna een knap staaltje sterke verhalen vertellen weg aan de buren, een gezellig stel uit Almelo met 3 kinderen. Die het gelukkig wel op waarde wisten te schatten. We zagen 3 hagedissen en werden in totaal 32 keer gestoken door een mug.
* We vertelden Ellis dat Sinterklaas woont in het vuurtorenhuisje op één van de drie eilanden die we vanaf het balkon in zee zien liggen (Illes Medes). Elke ochtend tuurde ze door de verrekijker heen om te zien of ze een glimp van de oude man kon opvangen. Tevergeefs.
*Heen deden we er 21 uur over, terug 13. Op de heenweg kotste Ellis 4 keer in een zakje en 1 keer ernaast, op de terugweg hield ze alles binnen. We gingen moe heen, en zijn alle vier zo verkouden als wat teruggekomen, maar alles wat er tussenin zat was heerlijk.
We moeten enorm resetten nu we weer terug zijn. Aan de ene kant fijn om weer terug tussen je eigen dingen te zijn, aan de andere kant jammer dat die vier weken zo voorbij zijn gevlogen. We waren er echt aan toe, zijn ook een stuk meer uitgerust en ontspannen teruggekomen. Maar het had nog wel iets langer mogen duren. Het is alsof we nog even dat eindje van die rode draad moeten zoeken zodat we die weer op kunnen pakken. Ik heb de tv nog niet aangezet, de krant nog niet gelezen, alsof ik nog een beetje wil blijven hangen in de vakantiesfeer. Ellis gaat de 16e weer naar school, ik de 23e en op 5 september begin ik met mijn stage. Tot die tijd denk ik dat ik mijn roesje langzaam laat uitwerken. Kan ik er zeker weten weer tegenaan.
|
|
|
 |
 We are family
Ouders | Zin & Onzin
|
07 Juli 2011 | 23:24:19
 |
Laatst las ik in een magazine voor ouders in een rubriek over visies op opvoeden een interview met een moeder die zei: "wij streven ernaar het als ouders vooral heel goed te doen". Ik vond dat zo grappig, vooral omdat het eigenlijk nergens op slaat. Afgezien van bepaalde richtlijnen die kunnen aangeven dat je als ouder goed voor je kinderen zorgt, geeft iedere ouder zijn eigen invulling aan 'het goed doen'. Wat voor de ene ouder heel belangrijk is, is voor de andere misschien totale onzin. Maar wat vooral telt, is dat er geen handleiding bij je kinderen zit. Opvoeden blijft schipperen en op goed gevoel keuzes maken. Het grootste schuldgevoel waar alle ouders mee kampen is waarschijnlijk wel het nooit weten of je het goed doet. Met een beetje geluk krijg je na een jaar of 30, nadat je eindeloos op je ziel getrapt bent en je hart evenzoveel keer gebroken is, eruit wat je erin gestopt hebt. Eigenlijk kun je dan pas de balans opmaken.
Toen ik Ellis bij mijn ouders ophaalde na een logeerpartijtje, ontstond er na het eten, net zoals vroeger, een gesprek over kinderen, opvoeden, over de verschillen tussen vroeger en nu, over hoe ik mijn jeugd heb beleefd en over de relatie tussen ouder en kind. Mijn ouders zijn gezegend met drie kinderen, die alle drie niet meer van elkaar konden verschillen dan wij onderling doen. Over de vaak grote verschillen tussen broers en zussen bestaan leuke theorieën. Het schijnt namelijk zo te zijn dat maar 20% van alle broers en zussen qua persoonlijkheid op elkaar lijken.
Volgens de eerste theorie verschillen broers en zussen van elkaar omdat ze anders een directe competitie voor elkaar zouden betekenen. Door zich te specialiseren in bepaalde rollen, krijgen ze elk tijd, liefde en aandacht van hun ouders. De tweede theorie daagt de stelling uit dat omdat broers en zussen in dezelfde omgeving opgroeien en daarom dus op elkaar zouden moeten lijken, uit. Het feit dat er een broertje of zusje bijkomt, verandert de omgeving al voor de oudere kinderen binnen een gezin. Daar komt bij dat ouders graag denken dat ze hun kinderen gelijk behandelen, maar dat die behandeling uitgelokt wordt door een bepaalde persoonlijkheid en dat gelijk behandelen daarom niet bestaat. De derde theorie steunt op het feit dat ouders hun kinderen teveel vergelijken en dat daarbij onderlinge verschillen worden uitvergroot en ze daardoor gedwongen worden tot een deel van de persoonlijkheid. Mensen nemen de rol aan die hen toegeschreven wordt, ook al klopt die rol misschien niet met de werkelijkheid.
Ik denk dat in alle drie de theorieën een kern van waarheid schuilt, maar wat ook een grote rol speelt, is het karakter van een kind. Soms meet het kind zich een bepaalde rol aan, terwijl er ogenschijnlijk geen enkele reden is om dat te doen. Mijn zus mat zich bijvoorbeeld de rol aan van mijn tweede moeder. Als kind ontfermde ze zich over haar jongere zusje op een moederlijke manier en bleef dit beeld van het jonge baby-zusje nog lang vasthouden. Baby-zusje deed er het beste aan om hetzelfde pad te volgen als de grote zus, verantwoordelijk en verstandig, ware het niet dat het baby-zusje zich ontpopte tot een losgeslagen rebel die alles deed waaraan zij zich nooit had gewaagd. Om de eerste theorie hiermee te ontkrachten, want juist dit zorgde voor competitie. Want waarom werd er net zoveel gehouden van die losbol, als van de verantwoordelijke toekomstbouwer? Maar hadden wij van rol gewisseld, was de situatie precies hetzelfde geweest, dan was er van haar ook evenveel gehouden als van mij. Natuurlijk werden en worden nog steeds de onderlinge verschillen tussen ons uitvergroot, daar kon en kan je dan ook niet omheen. Met de rol die mijn zus zichzelf heeft aangemeten heeft zij gevoelsmatig aan het kortste eind getrokken, maar ligt dit dan bij de ouders of bij het kind zelf? Ik ben er namelijk van overtuigd dat wij alle drie dezelfde opvoeding, dezelfde gelijke behandeling, passend bij onze persoonlijkheid hebben gekregen.
Natuurlijk vervullen wij als broers en zussen allemaal een bepaalde rol binnen het gezin. Ik zie daarin meer positieve dan negatieve kanten. Een 'goed' gezin, daarmee bedoel ik een veilige basis en een vertrouwde, liefdevolle omgeving, creëert de mogelijkheid om te experimenteren met die rol en de andere gezinsleden hierin uit te dagen, om zo jezelf te kunnen ontwikkelen in meerdere facetten van je persoonlijkheid. Vervullen wij namelijk in het bedrijfsleven, in ons sociale leven en binnen het gezin wat wij als volwassenen zelf stichten, ook niet allemaal een bepaalde rol? Is het misschien niet zo dat wij onszelf deze rol aanmeten omdat dit juist onze kwaliteiten benadrukt en wij in deze rol het beste functioneren? Ik geloof eigenlijk niet eens dat ouders bepalen welke rol een kind kiest wanneer zij hun kinderen dezelfde liefde, tijd en aandacht geven. Het kind kiest zelf, op basis van karakter, de plek binnen het gezin en binnen de mogelijkheden die het gezin biedt. De taak van de ouders ligt in het sturen van deze rol en het aanmoedigen van de persoonlijke kwaliteiten.
Zijn je kinderen dan na 30 jaar uitgegroeid tot evenwichtige en zelfstandige persoonlijkheden, pas dán kun je eventueel zeggen: we hebben ernaar gestreefd het zo goed mogelijk te doen als ouders. En we zijn glansrijk geslaagd.
|
|
|
|
|
|